Soms wil je de celadressen (bijvoorbeeld $D$2) weten waarin de naam van een item of tekenreeks voorkomt. Zie afbeelding voor de opzet.
Kolom A: Stad
Kolom B: Land
Kolom C: Adres
Nu wil je weten in welke celadressen het land Italy voorkomt.
In F2 komt de formule:
=ALS.FOUT(CEL(“adres”;INDEX($B$2:$B$94;KLEINSTE(ALS(ISGETAL(
VIND.ALLES(” “&F$1&” “;” “&$B$2:$B$94&” “));
RIJ($B$2:$B$94)-RIJ($B$2)+1);RIJEN($F$2:F2))));””)
Let op ! ! ! Dit is een Matrixformule en MOET ingevoerd worden met Ctrl+Shift+Enter dus NIET met ENTER.

Vervolgens formule naar beneden kopiëren bijvoorbeeld van F3 tot F10.
Om het gemakkelijk te maken heb ik in kolom H een lijst opgenomen met alle landennamen die voorkomen. Die lijst is met behulp van gegevensvalidatie gekoppeld aan cel F1. Onderstaand venster kun je bereiken d.m.v.
Gegevens | Gegevensvalidatie | Instellingen
Bij “Toestaan” kies je voor “Lijst” en bij “Bron” geef je het bereik op dus: $H$2:$H$20


















